Celien Hermans ontdekt kledingswinkel Oud Stadhuis in een mooi pand, een art-deco gebouw met een rijk verhaal.
Op “onroerend erfgoed” kunnen we het volgende lezen.
Maria van Brabant verbleef in het Huize vanden Lande, een kasteel vlakbij de Demer, dat bestond uit een omgracht site met kapel, stallingen, tuinen en een residentiële vleugel.
Het domein was toegankelijk via een ophaalbrug.
In 1942 werden bij het verder afbreken van de ruïne van het laatste overblijvende gebouw op de site de grondvesten vastgesteld van de vroegere kapel van het domein (A.R. 1942).
Tijdens haar regeerperiode werd er op de markt van Aarschot een stadhuis opgericht.
Op de Grote Markt werd naast het stadhuis (1358), een vleeshal gebouwd met op de bovenverdieping een lakenhalle (1360).
In deze periode werd de gotische Onze-Lieve-Vrouwekerk verder afgewerkt.
Vanaf 1533 herstelde de stad zich stilaan verder.
Na twee pestepidemies volgde op het einde van de 16de eeuw de Kwaede tijd voor de stad Aarschot die te wijten was aan de oorlog tussen Willem van Oranje en de Spaanse koning.
De stad werd geteisterd door oorlog en plundering en de vestigingen, de lakenhal, het stadhuis, de kerk, kloosters en huizen werden zwaar beschadigd en volledig vernield door de Spanjaarden (1578) waardoor de stad opnieuw leegliep.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de stad erg te lijden en werden er meerdere burgers vermoord na een bloedige repressie.
Talrijke huizen werden platgebrand.
Zo ging ook het volledige archief in het stadhuis verloren.
Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Aarschot zwaar verwoest door talrijke bombardementen. Hierdoor werden talrijke historische monumenten platgelegd, zoals het Drossaerde en een groot deel van het resterende begijnhof.